• Auteursrechtenverklaring
  • Aanmelden bij de beheerpagina
  • Werkingstatus
  • Snelle instelling
  • SkyTone
  • Verbinding
  • VPN
  • Verkeersstatistieken
  • Tekstberichten versturen
  • SMS
  • Updates
  • Het delen van de microSD-kaart
  • Bestanden delen met Samba
  • USB-printers delen met Samba
  • Gebruikersbeheer
  • Bestanden delen met behulp van de functie DLNA
  • Pinbeheer
  • Ethernet-instellingen
  • WLAN-instellingen
  • DHCP-instellingen
  • Beveiligingsinstellingen
  • Systeembeheer
  • Instellingen voor tijdsservice
  • Veelgestelde vragen
  • Letterwoorden en afkortingen

Beveiligingsinstellingen

  • De firewall in- of uitschakelen
    Het ondersteunt de firewall-functie voor het regelen van de overdracht van gegevensstromen en voor het beveiligen van uw lokale netwerk tegen onbevoegde toegang.
  • LAN IP-filtering instellen
    De functie voor LAN IP-adresfiltering wordt gebruikt om te voorkomen dat specifieke clients binnen het LAN toegang tot bepaalde internetservices hebben.
  • Servicetoegangsbeheer instellen
    Servicetoegangsbeheer wordt gebruikt om te bepalen hoeveel servicegebruikers toegang hebben tot uw . Standaard is de toegang vanuit alle services uitgeschakeld. Servicetoegangsbeheer instellen:
  • Een virtuele server configureren
    Het ondersteunt de virtuele server om het voor externe gebruikers mogelijk te maken om de in het lokale netwerk (LAN) geleverde services te gebruiken met gebruik van het Hypertext Transfer Protocol (HTTP), File Transfer Protocol (FTP) en andere protocollen.
  • Een speciale applicatie configureren
    Het ondersteunt de functie voor het gebruiken van een speciale applicatie voor het configureren van dynamic port forwarding. Bepaalde applicaties in het lokale netwerk (LAN) moeten een specifieke poort van de firewall gebruiken voor toegang tot externe applicaties. Voor het instellen van een TCP/UDP-verbinding (Transmission Control Protocol en User Datagram Protocol) tussen een applicatie in de LAN en een externe applicatie, gebruikt de firewall deze functie voor verzending van poorten voor het openen van de vereiste poort.
  • De DMZ instellen
    Als externe gebruikers geen toegang hebben tot bepaalde netwerkservices die geleverd worden door het lokale netwerk (LAN), gebruikt u de DMZ-functie die geleverd wordt door het voor het instellen van de client die de vereiste netwerkservices levert als DMZ-host; externe gebruikers hebben dan op de juiste manier toegang tot deze services. DMZ is een letterwoord voor de gedemilitariseerde zone in netwerken.
  • De SIP ALG instellen
    Het Session Initiation Protocol (SIP) is een controleprotocol op applicatieniveau. Het wordt gebruikt voor het starten, wijzigen of beëindigen van een sessie. Een ALG (application-level gateway) is een specifieke applicatie van SIP en wordt gebruikt voor het controleren van de status van gegevenspakketten. Voor het uitvoeren van een SIP-applicatie, schakelt u de SIP ALG in.
  • De UPnP instellen
    De UPnP-service (Universal Plug and Play) voert een intelligente verbinding uit tussen twee UPnP-apparaten die gebruikmaken van port forwarding. UPnP-apparaten kunnen automatisch IP-adressen verkrijgen en dynamisch toegang krijgen tot het internet.
  • Configureren van NAT
    Het vertalen van netwerkadressen (NAT) is het proces van wijzigen van IP-adressen van de bron- en bestemmingsapparaten wanneer IP-pakketten via een router of een firewall verstuurd worden. Het doel van dit proces is het vertalen van interne (eigen) IP-adressen in externe (openbare) IP-adressen als oplossing voor het dreigende tekort aan IP-adressen. ondersteunt poortbegrensde cone NAT en symmetrische NAT. U kunt de NAT instellingen als zodanig configureren.
  • Specifieke websites filteren
    Met de kunt u websites opgeven en filteren.
  • De DDNS instellen
    De dynamische domeinnaamserver (DDNS) is een systeem waarmee een netwerkadres aan een dynamisch IP-adres wordt gekoppeld. Nadat u de DDNS configureert, verzendt de het dynamische IP-adres van een computer naar de DDNS. Vervolgens koppelt de DDNS het bijgewerkte IP-adres aan het opgegeven netwerkadres, zodat internetgebruikers dit netwerkadres kunnen gebruiken voor toegang tot de bronnen die u ter beschikking stelt.
  • Specifieke apparaten filteren
    De functie MAC-filtering van de kan specifieke apparaten op het LAN-netwerk van de filteren, zodat deze apparaten geen toegang hebben tot het internet of andere apparaten in hetzelfde LAN.
Bovenliggend onderwerp: Gebruikershandleiding