WLAN-instellingen
- WLAN in- of uitschakelen
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u WLAN van kunt in- of uitschakelen.
- De SSID van het WLAN instellen
De SSID (service set identifier) is een naam die een WLAN (wireless local area network) identificeert. Een draadloze client (bijvoorbeeld een computer) kan alleen goed met het communiceren wanneer deze dezelfde SSID gebruiken. Gebruik niet de standaard SSID voor een veilig gebruik van WLAN. U kunt een SSID als vereist definiëren.
- De WLAN-code instellen
Voor het verbeteren van de beveiliging van het WLAN (wireless local area network), stelt u een beveiligingscode in voor het WLAN.
- Een kanaal selecteren
In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u een kanaal kunt selecteren.
- WPS
De Wi-Fi Protected Setup (WPS) is een norm die gebruikt wordt om draadloze verbindingen op een makkelijke en veilige manier te vestigen. Traditioneel gezien dient u een WLAN-naam (SSID) en code voor de in te stellen voor het vestigen van een draadloze verbinding en voer uw code in op de klant. WPS configureert automatisch een SSID en code voor de en klant. U kunt uw klant handig en veilig verbinden met de WLAN zonder SSID en code te moeten onthouden.
- Filteren WLAN MAC instellen
U kunt de clients die het WLAN (wireless local area network) opgaan controleren en beheren voor het verbeteren van de beveiligingsprestatie van het WLAN.
- De WLAN-bandbreedte preciseren
De bandbreedte van het draadloze LAN (WLAN) is de bandbreedte van de zendfrequentie van de . Een grotere bandbreedte van de zendfrequentie duidt op een snellere gegevensoverdracht en een lagere doordringbaarheid.
- Het maximumaantal apparaten instellen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u het maximumaantal apparaten kunt instellen.